Return to site

Wat als twee vennoten niet meer door één deur kunnen?

Atrium helpt u onaangename situaties te voorkomen

Situatieschets

De vennootschap is per definitie een samenwerking van mensen en waar mensen samenwerken kunnen conflicten ontstaan: zo kunnen bijvoorbeeld zakenpartners elk hun visie op de toekomst van het bedrijf hebben wat tot ernstige meningsverschillen leidt of kan bvb een echtscheiding de samenwerking in de familiale KMO onhoudbaar maken. Het weze duidelijk dat indien dergelijke situaties niet worden opgelost ze ambitieuze commerciële plannen kunnen kelderen of zelfs de onderneming richting een faillissement kunnen sturen.

Tot 1995 was hiervoor geen wettelijke oplossing voorzien en diende men, als er geen minnelijke oplossing werd gevonden, als ultieme redmiddel de vennootschap gerechtelijk te ontbinden. De wetgever vond echter inspiratie in de geschillenregeling naar Nederlands recht en implementeerde een geschillenregeling voor de BVBA (artt. 334-342 W. Venn.) en de NV (artt. 635-644 W. Venn.). Via de scharnierbepaling van artikel 657 W. Venn. is deze regeling ook van toepassing op de Comm. VA.

Wettelijke geschillenregeling

De voornaamste doelstelling van deze wettelijke regeling lag erin te vermijden dat geschillen tussen aandeelhouders die zodanige proporties aannemen dat zij de vennootschapswerking verlammen, zouden leiden tot uiteindelijk de gerechtelijke ontbinding van de vennootschap. In geval van structurele geschillen tussen vennoten, kunnen één of meer vennoten het initiatief nemen om ofwel zelf uit te treden, ofwel een andere vennoot uit te sluiten.

Uitsluiting vs uittreding 

Grosso modo voorziet de wettelijke regeling in twee mogelijkheden: de uitsluiting en de uittreding.

De uitsluitingsregeling stelt één of meerdere vennoten in de mogelijkheid om een vordering in te stellen teneinde één of meer andere vennoten uit de vennootschap te weren omwille van gegronde redenen. Wanneer de vordering wordt ingewilligd, resulteert zij in een gedwongen overdracht van aandelen (tegen betaling) door de verweerder(s) aan de eiser(s).

Om tot een dergelijke procedure te kunnen overgaan moeten de vennoten die de uitsluiting wensen gezamenlijk meer dan 30% van de stemmen in de algemene vergadering bezitten (of 20% indien er naast aandelen nog andere effecten uitgegeven zijn).

Naast de uitsluiting heeft elke vennoot, ongeacht de grootte van zijn aandelenpakket, de mogelijkheid om gegronde redenen in rechte te vorderen dat zijn aandelen worden overgenomen door de vennoten op wie deze gegronde redenen betrekking hebben.

Begrip gegronde reden

Omwille van het karakter van de geschillenprocedure als “ultieme redmiddel” is het duidelijk dat men niet om het even wat als gegronde redenen kan aanvoeren.

Grosso modo vallen de gegronde redenen in geval van een vordering tot uitsluiting uiteen in drie categorieën: tekortkomingen van de geviseerde vennoot, misbruik van recht en ernstige en duurzame onenigheid tussen aandeelhouders.

In de eerste categorie moet de geviseerde vennoot een tekortkoming begaan hebben die voldoende ernstig is en die niet te wijten is aan de eiser. Dit kan zowel gaan om zaken die betrekking hebben op zijn functioneren als vennoot/zaakvoerder/bestuurder (bijvoorbeeld schending van een niet – concurrentiebeding) als op zaken die betrekking hebben op het privéleven.

Een tweede categorie betreft het misbruik van recht: dit betreft een voortdurende miskenning van het vennootschapsbelang door een meerderheid of minderheid van de aandeelhouders. Zo is er misbruik van recht wanneer een aandeelhouder voortdurend procedures instelt om het faillissement van de onderneming uit te lokken of wanneer een aandeelhouder tegen alle logica in een levensnoodzakelijke kapitaalverhoging tegenhoudt.

De derde categorie betreft de uitsluiting op grond van een voldoende ernstige en duurzame onenigheid die het voortbestaan van de onderneming in het gedrang brengt of dreigt te brengen. De onenigheid kan te wijten zijn aan de fouten van één van de vennoten maar kan ook haar oorzaak vinden in een karakteriële onverenigbaarheid, wederzijds wantrouwen of een verschillende visie over de te volgen politiek. Een fout is dus niet noodzakelijk vereist. Zo kon het ontstaan van een definitieve breuk tussen de vennoten worden afgeleid uit het feit dat een vennoot ontslagen werd als zaakvoerder, op non-actief werd gesteld, geen loon meer werd uitbetaald en de handtekeningsbevoegdheid gewijzigd werd.

 Samengevat kan de gegronde reden tot overdracht omschreven worden als de omstandigheid waardoor het verder handhaven van een persoon als aandeelhouder, gelet op zijn gedrag of persoonlijkheid, redelijkerwijze niet meer kan worden vereist van de andere aandeelhouders omdat dit het voortbestaan van de vennootschap zo niet onmogelijk maakt, dan wel ernstig in gevaar brengt.

Het Hof van Cassatie heeft bepaald dat de gegronde reden bij uittreding van die aard moet zijn dat van de vennoot die de overname vordert in redelijkheid niet verlangd kan worden dat hij nog langer vennoot blijft. Dit impliceert niet dat er steeds een foutieve of onrechtmatige gedraging vereist is die specifiek toerekenbaar s aan de vennoot van wie de overname gevorderd wordt en waaraan de vennoot die de overname vordert vreemd is.

Prijsbepaling en peildatum

Eens de rechtbank van oordeel is dat de aandelen aan een der partijen moet worden toegewezen zal zij een deskundige aanstellen om de waarde van de aandelen te bepalen. Hierbij kan deze zich laten leiden door wat hierover statutair of contractueel is bepaald tussen de aandeelhouders maar deze is hiertoe niet verplicht.

Recente cassatierechtspraak heeft duidelijkheid gebracht over de peildatum, dit is de datum waarop de waarde van de aandelen wordt geraamd. In principe is dit het tijdstip waarop de rechter de overdracht beveelt. De rechter moet echter abstractie maken van zowel de omstandigheden die geleid hebben tot de vordering tot overname van de aandelen als van het gedrag van de partijen ten gevolge van de vordering. Het is de rechter dan ook toegestaan om een andere datum als peildatum aan te nemen.

Voorkomen is beter dan genezen

Zoals gezegd is een vordering tot uitsluiting of uittreding een laatste redmiddel en is het beter te voorkomen dan te genezen. Veel kan opgelost worden met een goed opgestelde 

aandeelhoudersovereenkomst die een regeling inhoudt voor het geval er een patstelling zich voordoet.

Atrium zal in eerste plaats naar de diverse partijen luisteren en u een overeenkomst op maat van uw wensen en uw specifieke behoeften bezorgen.

Daarnaast heeft de individuele aandeelhouder diverse mogelijkheden binnen de algemene vergadering om bepaalde situaties op te klaren. Ook kan bemiddeling door een neutrale derde soms een oplossing aanreiken die het vennootschapsbelang voorop stelt.

All Posts
×

Almost done…

We just sent you an email. Please click the link in the email to confirm your subscription!

OKSubscriptions powered by Strikingly